Het zwarte water
Door: Aad van IJperen
Op enige afstand buiten het dorp verscholen in het donkere bos ligt het Zwarte Water. Het is moeilijk te vinden maar als je 'n keer de weg kwijt raakt in het bos dan kom je altijd als vanzelf op het kronkelige pad dat er naar toe voert. Het water heeft een onmiskenbare aantrekkingskracht op wie dolende is los is geslagen.
Het is geen aangename plek om te vertoeven. Het duistere bos waarin het zonlicht maar schaars doordringt is naargeestig en eng. Vooral tegen de avond wanneer het gaat schemeren. Je voelt je omringt door vreemde wezens geesten wellicht en honderden ogen staren je vanachter gemeen prikkende struiken angstvallig aan. Het water van het Zwarte Water is zo donker dat al het licht dat er in valt er in verdwijnt. Het weerspiegelt niets en de gure wind die soms door het bos waait brengt zelfs geen rimpeling in het oppervlak.
De oude mensen in het dorp weten je te vertellen wat er bij het Zwarte Water allemaal is voorgevallen. Griezelverhalen die al honderden jaren worden verteld en van generatie op generatie steeds enger en ongeloofwaardiger worden. Op lange winteravonden halen ze ze weer naar boven. Wanneer de koude wind om de huizen giert en de luiken buiten tegen de ramen klepperen komen ze bijeen. Dan vertellen ze gezeten bij het knapperende haardvuur samenzweerderig voorover gebogen en met betekenisvolle blikken aan ieder die het horen wil hun verhalen. Over kinderen die verdwenen over heksenrituelen en over spoken. Ze geven je ook hun wijze raad mee. "Je moet niet in het water kijken of er in gaan want dan zal er iets vreselijks met je gebeuren." En steevast eindigen ze met de waarschuwing die plek in het donkere bos het Zwarte Water te mijden. "Het is er niet pluis."
En toch is dat niet altijd zo geweest. Het Zwarte Water was eens helemaal niet zwart. Het was een lieflijk en helder meertje in het bos waar de dorpelingen in zwommen als het mooi weer was of waar ze water uit haalden om hun tuinen of de gewassen op het land mee te besproeien. Het water was zo helder dat je de bodem en alles wat er in het water was kon zien. Tot op een zekere dag de mensen gingen geloven dat het water zo helder en schoon was dat het een reinigende werking had.
Vanaf dat moment kwamen de dorpelingen eens per jaar in optocht naar het meertje om een reinigend bad te nemen en hun zonden hun slechte gewoontes en gedachten af te wassen. Enkelen deden dat stiekem vaker omdat ze dat nodig hadden en dat aantal groeide en groeide. De mensen gingen het water voor steeds meer gebruiken. Ze gebruikten het voor de was en ze namen er regelmatig een bad in. Dat ging vele jaren zo door en het water werd troebeler en troebeler en uiteindelijk zelfs zwart.
Het water was niet langer geschikt om je in te wassen en ook het idee dat je het water zou gebruiken om je voedsel mee te besproeien ging de mensen tegenstaan. Ze vonden het vies en ongezond. De mensen in het dorp verloren het geloof in het reinigende water van het meertje ze gingen de plek mijden en er zelfs enge verhalen over vertellen. Maar ze vergaten dat het hun eigen zonden en slechte gedachten waren die het water zijn zwarte kleur hadden gegeven....



