Over uitvinders autisten en biljartballen!
Door: Jan Swagerman
Een groot elektronicabedrijf in het zuiden des lands wil allerlei technische apparatuur integreren en met elkaar laten communiceren. Technisch is dat een grote opgave maar minsten zo belangrijk is of het lukt de betrokkenen onderling te laten communiceren en om hun kennis te integreren. Dat is een groot probleem als je met autisten te maken hebt. Want het gaat om autisten; om zeer hoog opgeleide superspecialisten die zich zo vast kunnen bijten in een onderwerp dat ze het contact met hun omgeving kwijt kunnen raken. Het gaat om mensen die op hun vakgebied echt alles weten in hun koninkrijkjes heer en meester zijn en geen ander op hun gebied toelaten. Dit soort einzelgangers komen overigens vaker voor in de High Tech wereld. Het blad Psychologie schat dat 25% van de Google medewerkers autistisch is.
De paradoxale vraag aan de coach was hoe kun je leiding geven aan een'team autisten'? Hoe krijg je in een team bij voorbeeld een televisie-specialist niet wil open staan voor de super-deskundige audio-man en een telefonie-'koning' die zijn kennis niet wil delen? In de sessies werd eerst gezocht naar een passende metafoor. Een metafoor kan namelijk als spiegel dienen en heeft als voordeel dat het allerlei rationalisaties voorkomt.
Al spoedig bood het biljartspel zichzelf als 'voorbeeld' aan. De coachee in kwestie bleek namelijk biljarten als hobby te hebben.
Biljartballen en autisten blijken beiden niet te veranderen; maar je kunt wel inschatten welk effect een impuls zal hebben. Soms moet je'over de band' spelen wil je het doel bereiken en zorgen dat er een kettingreactie tot stand komt (caramboles). Het vraagt veel inzicht want na elke stoot is de configuratie steeds weer anders.
Het enige dat je in het begin in zo'n team kunt doen is registeren wat er op je af komt en vandaar uit proberen af te leiden 'hoe de zaken liggen' en dus te achterhalen wat je eigen plek is. De kunst is om dan 'als zwarte bal' op de juiste afstand bij anderen in de buurt te komen om zo een gewenst effect te weeg te brengen.
Uiteindelijk 'neemt de zwarte bal alle kleuren aan en wordt wit'. Misschien klopt die vergelijking met het echte biljartspel hier niet meer maar met een beetje bijscholing ter plekke over kleurenleer en nanotechnologie van de coachee bleek hier de beeldspraak wel te kloppen. Zwart zuigt immers alle kleuren op bij voorbeeld in de zwarte gaten. Wit straalt en geeft richting aan. De kunst is dus om in het beginnende team eerst alles op je af te laten komen (zwart) zodat je daarna 'licht kunt brengen in de situatie' (wit). Ondertussen moet je ook je eigen positie ten opzichte van anderen zien te bepalen.
'De baas spelen' of zeggen wat er gedaan moet worden zou niet werken. De ballen stuiten dan ongeco?rdineerd alle kanten heen.
In de coachingssessies zijn vervolgens de potentiele spelers in kaart gebracht. De coachee moest bij ieder teamlid aangeven wat hij verwacht als hij kaatst. Verwacht wordt dat sommigen van zich af zullen bijten en anderen zich juist gaan terugtrekken als ze geraakt worden. Er werden tekeningen gemaakt met rondjes en pijlen (van respectievelijk ballen of teamleden). Zo werd in kaart gebracht welke houding het meeste effect kan sorteren en op welke manier een boodschap het best gelanceerd kan worden.
Tot slot is aan de hand van een case een rollenspel geoefend 'wat de ballen tegen elkaar zouden zeggen'.
De coachee is zo medespeler geworden in een boeiend spel. In een spel waarbij je direct effect hebt op het gedrag van de ander. Misschien is dat spel nog wel boeiender dan spelen met dode ballen op een groen laken dacht ik toen ik huiswaarts ging. Mensen blijven boeiend met hun verhalen .



